Wettelijke onderschepping

Het BIPT is bijzonder actief wat de volgende thema's betreft: de identificatie van de eindgebruikers, de bewaring van de verkeersgegevens en de nadere regels inzake samenwerking met Justitie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De kwestie van de identificatie van de eindgebruikers door de operatoren wordt geregeld door artikel 127 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. Op deze site staan er ook veelgestelde vragen over deze thematiek. De kwestie van de identificatie van de eindgebruikers door de personen bedoeld in de paragrafen 5 en 6 van artikel 9 van dezelfde wet wordt aangekaart in paragraaf 7 van datzelfde artikel.

De bewaring van de gegevens door de operatoren wordt geregeld door de artikelen 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en door het koninklijk besluit van 19 september 2013 tot uitvoering van artikel 126. Deze teksten zetten de Europese Richtlijn 2006/24/EG, de zogenaamde "Dataretentierichtlijn", volledig om in Belgisch recht. De kwestie van de gegevensbewaring door de personen bedoeld in de paragrafen 5 en 6 van artikel 9 van dezelfde wet wordt aangekaart in paragraaf 7 van datzelfde artikel.

De kwestie van de samenwerking met Justitie en met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt geregeld door de volgende teksten:

  1. de artikelen 46bis en 88bis en 90ter en quater van het Wetboek van Strafvordering. Deze wetgeving valt niet onder de controle van het BIPT;
  2. de artikelen 18/7, 18/8, 18/17 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. Deze wetgeving valt evenmin onder de controle van het BIPT;
  3. het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 houdende de nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie (uitvoering van de wet van 13 juni 2005 en van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst);
  4. het koninklijk besluit van 9 januari 2003 houdende modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie (uitvoering van de wet van 13 juni 2005 en van het Wetboek van Strafvordering);
  5. artikel 9, § 7, van de wet van 13 juni 2005 (wetgeving van toepassing op de personen bedoeld in de paragrafen 5 en 6 van artikel 9 van de wet van 13 juni 2005.